Verslag van de Ringvaart

Ringvaart: verslagen van een tocht over 100 kilometer


2011, de heer Dekker

Woensdag 11 mei was het zover, na weken van mentaal voorbereiden en een uitgebreide zoektocht naar een geschikte boot, ging de Ringvaart voor ons beginnen. De tocht werd vooraf gegaan door een nachtelijk brandje op onze prachtige Villa S.o.S., waardoor niet meer dan vier en een half uur nachtrust genoten was. Dit resulteerde dan ook in twee extreem slaperige koppen, die hun bankjes verkeerd om in hun dubbeltwee plaatsten. De eerste stop was voor ons dan ook niet over te slaan.

In de tussentijd waren de eerste 25 kilometer achterwege en hadden we het totaal van zes nummers Bob Marley al drie keer gehoord… Na de stop werd weer vrolijk doorgepeddeld en werd begonnen met het gevecht tegen de verveling. Het dierenspel werd ingezet en werd de daarop volgende uren de bron van afleiding. Nog bestaat de verwarring over de vraag of een amoebe een dier is of niet.

Bij de stop in Lisse, waar met liefde een welverdiend pilschje en een peukie werd geconsumeerd, werd wel duidelijk dat we Bob wel zat waren. De muziek, overige balast en het naar binnen gestroomde water werden verwijderd voor het laatste stuk van 60 kilometer. Dit gebeurde door onze trouwe aanhang, die in al hun enthousiasme iets te gretig waren en zo ook onze GPS overboord gooiden. Dit had het gevolg dat het ouderlijk front in de waan was dat we gefaald hadden. Uiteraard haakt Azuurblauw niet, überhaupt niet, maar als je met meer dan 100 kilometer per uur in de buurt van Wassenaar roeit gaat er iets mis.

Ondanks het ontbreken van de parentes was het onthaal in Leidschendam groots. De preases rende de laatste drie kilometer mee en vele dispuutsgenoten wachten onze op. Bij deze dank daarvoor!

De laatste kilometers werden in een noodgang voldaan en aan de kant werd onze snelheid op 15 kilometer per uur bepaald. Zeldzaam ergerlijk waren de foutieve aanwijzingen van de kant over de lengte van het stuk dat nog te roeien was. Dit resulteerde in een aantal krachttermen richting de officials op de finishlijn. Vijfhonderd meter daarvoor was ons namelijk verteld dat nog zeven en een halve kilometer te roeien was. Desalniettemin was bootje Azuurblauw gefinished in een toptijd van twaalf uur en drie kwartier. Een ervaring rijker en met een voldaan gevoel werden nog een paar kleine pilschjes genuttigd op het Laga Lustrumterrein, waarna de terugtocht naar ons Rotterdam werd ingezet.

Azuurblauw is al met al twee ringvaarthelden rijker!


2009, de heer Deelen

Het moet ergens eind november 2008 geweest zijn, dat ik weer eens verveeld aan de skadibar hing. Na alle hectiek van de afroeiperiode was nu een rustigere periode aangebroken in mijn nog korte bestuursjaar. Iedereen maakte zich op voor de naderende winterstop en hele avonden werden weggepaalt, waarbij het zogenoemde palen natuurlijk slaat op het streepje achter de eigennaam, welke synchroon met het aantal geconsumeerde pils word gezet. Het was toen dat er de gedachte ontstond dat er een nieuwe uitdaging moest worden aangegaan. De ringvaart zou geroeid gaan worden. Lichtingsgenoot, vriend en tegenwoordig tevens bestuursgenoot; dhr Mattis, was bereid deze uitdaging met mij aan te gaan. De ringvaart zou niet zomaar geroeid worden, dat was voor mietjes. Een C2+ zou het worden! Naar goed voorbeeld van enkele andere dispuutsgenootjes; Padmos en den Bakker, die eenzelfde avontuur aangingen in 2001.
Nooit heb ik meer spijt gehad van mijn grote woorden als die koude, regenachtige en vooral hele vroege woensdagochtend begin mei. Vijf uur in de ochtend werk in nog snel een pastasalade naar binnen en pak mijn spullen, op naar Leidschedam. Daar aangekomen versterkt de ambiance mijn troosteloze gevoel. De aanblik van de kantine van asopos brengen weinig vreugd, en het gevoel voor een onmogelijke opdracht te staan groeit. Langzaam beginnen Mattis en ik met de voorbereidingen.

Website_Ringvaart_2

In de kleedkamer nog snel de laatste succeswensen uitgewisseld; “Het is maar een dagje roeien” en “We doen gewoon rustig aan”

De tocht zelf, achteraf, is voor het grootste deel met veel geweld uit mijn hersenen gewist. Wat achterblijft zijn flarden van een dag vol doodgaan, en weer opstaan;

 


25 km, rustpunt – ‘Het valt eigenlijk wel mee, we zijn best snel en worden nog niet veel ingehaald. Laten we hier maar nog niet stoppen’

27 km – ‘Hoe ver nog naar de volgende stop?’
30 km – ‘Wat een kutstuk, harde wind tegen en we worden aan alle kanten voorbij gevaren’
36 km, rustpunt – ‘Een vervelend stuk gehad’ De aanblik van zoveel enthousiaste dolgedraaiders die ons een hart onder de riem steken doet ons goed! We gaan weer!
40 km – ‘Ik kan niet meer, dit gaan we nooit halen….’ Om de 2 km word er even gerust. We slepen ons naar het komende rustpunt toe
52 km – Niets voor niets het ‘huilpunt’ genoemd. Hier breek je, of je nou wilt of niet. We zijn gesloopt, kunnen bijna niet meer lopen. Al een paar kilometer gaat het op karakter en op karakter zullen we door moeten. De aanblik van mijn moeder doet ook mij bijna in tranen uitbarsten. Zij, op haar beurt, vraagt zich ernstig af of het wel goed gaat met haar zoon. Geen tijd voor gedoe, we moeten door. Op naar de kaag!
72 km, rustpunt – De vooraf zo gevreesde kaag goed overleeft, veel minder ruig dan de eerste keer. Het gaat goed, we hebben net 20 km in 2 uur gedaan en we leven weer. We gaan dit makkelijk halen!
74 km – ‘Waarom loopt het nou ineens zo stroef?’…we komen bijna niet vooruit…
76 km – ‘Hoe ver nog naar de volgende stop?’
78 km – ‘Hoe ver nou nog??’
80 km – “Nog 5 kilometer”, klinkt het van de kant
82 km – ‘Nog 5 kilometer” , klinkt het van de kant. We kunnen niet meer en varen ongeveer vier kilometer per uur. Zelfs de gedachten dat we zo mogen rusten doet ons niks. Ik het ondertussen geen idee meer waar ik aan moet denken, alles doet pijn. Waarom, is de vraag die steeds meer opkomt. Waarom doe ik dit in godsnaam??
88 km, rustpunt ’t sluisje – Land! We leven nog! Al is die laatste gedachte weinig positief, want dit houd enkel in dat we nog eens 12 of meer kilometer moeten roeien.

Het laatste stuk gaat eigenlijk verrassend goed. De voorspelling van onze voorgangers dat het na leidschedam enkel nog uitroeien is, blijkt zowaar uit te komen. Website_Ringvaart_1Dit geld echter niet voor onze stuur, Sjoerd Vredebregt. Hij heeft het de hele dag al zwaar met het aanhoren van ons gezeik. Enkel achteraf besef ik wat een hel het ook moet zijn voor hem. De dank van Mattis Ooms en ondergetekende is dan ook groot, heel groot!

100 km, finish te laga – We hebben het gehaald, vraag niet hoe. Het gebrek aan training, die bierbuik en onze conditie ten spijt, we zijn er! Na 13,5 uur roeien scharen wij ons bij een illuster rijtje

 

Het antwoord op de vraag waarom ik in godsnaam de ringvaart moest roeien blijkt helaas niet bij de finish te liggen. Ik ben kapot en wil naar mijn moeder toe. Ik wil slapen en met rust gelaten worden

Deze laatste gedachte heeft nog een paar dagen door mijn hoofd gespookt. Het lichaam hersteld snel en de verworven heldendom lijkt mij goed te passen. Maar na al die tijd blijft het antwoord op de waarom-vraag nog altijd onbeantwoord

Het moet ergens deze week geweest zijn, november 2009, dat ik verveeld aan de skadi bar hing. De hecktiek van de afroeiperiode ligt achter ons en het is tijd dat er nu echt serieus gesport gaat worden…..’De marathon van Rotterdam, is dat geen idee??’

Dirk Deelen

preloaderpreloaderpreloaderpreloader